Natuurpunt Rupelstreek in actie voor de mus….
Meer dan 1 miljoen Vlaamse mussenpaartjes in 1970, dat staat zwart op wit in het boek: Vogels in Vlaanderen (Vlavico 1989). Daarmee was de huismus toen, ongetwijfeld de talrijkste broedvogel in ons land. Nauwelijks 15 jaar later, in 1985, werd hun aantal nog op zo’n 500.000 paar geschat. Een sterke achteruitgang, schrijft Rogier de Fraine, maar de achteruitgang lijkt gestabiliseerd. Ondertussen zijn we bijna 20 jaar verder… in Vlaanderen is er ondertussen heel wat veranderd; het landschap… en ook de vogelstand.
In de media kan men steeds meer verhalen lezen over het verdwijnen van de huismus. Zelfs de gewone man en vrouw in de straat spreken er over… Meneer, waar zijn de mussen naartoe? De vraag, die mensen ons het meeste stellen… Maar verdwijnt de huismus ook echt?
Vlaamse Broedvogelatlas
Het antwoord op de vraag of de huismus nu echt verdwijnt, gaan we wellicht vinden in de nieuwe Vlaamse Broedvogelatlas. Eind dit jaar, begin volgend jaar zal dit boek der boeken van de Vlaamse vogelaar verschijnen. Honderden Vlaamse vogelaars hebben eraan meegewerkt , door gedurende drie jaar intensief vogels te tellen, ook in onze regio.
Omdat het onbegonnen werk was, om van alle vogelsoorten alle individuen te tellen, werd een onderscheid gemaakt tussen: algemene soorten, minder algemene soorten en bijzondere soorten. Bij de algemene soorten, zoals de huismus, werd de aanwezigheid van de soort genoteerd en werd een raming van de aantallen gemaakt, bij de minder algemene en de bijzondere soorten werden wel alle aantal broedparen geteld.
Wie benieuwt is naar een stand van zaken, kan altijd terecht op website van het Instituut voor Natuurbehoud:
www.instnat.be/broedvogelsAtlashok ES96C, tweede vogelrijkste van Vlaanderen…
Een tipje van de sluier willen we alvast lichten, nu al weten we dat het atlashok ES96C, met 113 broedvogelsoorten, het op één na vogelrijkste is van heel Vlaanderen. Belangrijk om weten is dat dit hok deels in de Rupelstreek en deels in Klein-Brabant ligt. Het omvat grote delen van Schelle en Niel, met natuurgebieden zoals Maaienhoek, het Niels Broek, Walenhoek en de schorren langs de Rupel, aan de overkant van de Rupel omvat het hok een groot deel van Ruisbroek, Eikevliet en Wintam met natuurgebieden zoals het Noordelijk en Zuidelijk Eiland, een deel van de polder van de Nattenhaasdonk en het Moer.
De grote verscheidenheid aan biotopen in dit hok enerzijds en vooral de aanwezigheid van bijzonder vogelrijke gebieden zoals het Noordelijk en Zuidelijk Eiland zijn een verklaring voor het grote aantal broedvogelsoorten in dit hok…
Mussen tellen…
Terug naar de mus… uit de vorige Broedvogelatlas weten we dat de huismus in zowat alle onderzochte altashokken (5 km x 5 km) werd aangetroffen. In de nieuwe atlas zal dit ook wel zo zijn, vermoedelijk zullen de dichtheden, het aantal broedparen dat in een atlashok voorkomt, wel een pak minder zijn dan 25 jaar geleden…
Nieuwsgierig als we zijn; willen we nu wel eens weten hoeveel mussenpaartjes er precies in de Rupelstreek zitten. Ook al om een antwoord te kunnen geven op de vraag: Meneer,…
Maart en april zijn dan ook geschikte maanden om mussen te tellen. Mussenmannetjes zitten nu immers volop te tsjilpen in de omgeving van de broedplaats. Het komt er nu op aan om die tsjilpende mussenmannetjes te tellen. Een erg laagdrempelige activiteit…je hoeft dus echt geen doorwinterende vogelaar te zijn om dat tot een goed einde te brengen…
Mussen leven immers tussen de mensen, enkele voormiddagen rondwandelen in de straten in je buurt, de daken van huizen, schuren, boerderijen en fabrieken in het oog houden, luisteren naar tsjilp, tsjilp, tsjilp… en dan noteren…
Interesse…laat snel weten welke straten je wenst te inventariseren…wij bezorgen je een stratenplannetje en een invulblaadje waarop je je gegevens kan invullen…
Bel, mail of stuur snel een briefje naar Erik De Keersmaecker